frietjesdag
Vriend D werkt op een kantoor. Dat heb ik ook wel eens geprobeerd, maar dat bleek een vreselijke vergissing. Wie op kantoor werkt moet zijn bed uit op tijdstippen dat zelfs de meest hyperactieve vogeltjes nog liggen te maffen, en lijmt vervolgens zijn dagactiviteiten aan elkaar met een enorme hoeveelheid niks. De koffie is vies en overal hoor je hoestende printers. Bovendien maakt iedereen heel de dag grapjes, waar bulderend om gelachen wordt, terwijl ze aantoonbaar niet leuk zijn.
Nee, kantoor is niks voor mij. Feit is, dat kantoor eigenlijk voor niemand “iets is”. Kantoormensen lopen doorgaans heel de dag hardop af te tellen. Om vijf uur is het leed immers geleden. Hun lievelingsmoment is vrijdagmiddag, en ’s morgens in de file zitten ze synchroon te mokken in hun leasebakken. Als ze mazzel hebben.
Vriend D vindt het ook niet leuk op kantoor. Gelukkig heeft hij MSN, facebook en aanverwante media, waarop hij heel de dag zijn ongenoegen kan ventileren. Daar ben ik dan weer handig voor, want ik ben een freelancer, en zit dus toch de godganse dag gapend naar een mandarijntje te turen, of jankmuziek te downloaden. De eerste ‘ik wil naar huis’ klinkt meestal zo rond een uur of elf ’s morgens. Dan, zo na het middageten, beginnen de zinloze linkjes, de zelfgeknutselde beeldgrapjes en de onzinnige mededelingen binnen te stromen. Vriend D verveelt zich.
Gelukkig voor vriend D, en vele kantoormensen met hem, is het vrijdag frietjesdag. Op frietjesdag komt alles goed. Niet alleen staat het weekend ongeduldig op de deur te kloppen, maar in de kantine, tijdens de lunch, wordt er friet geserveerd, met snack naar keuze. Van friet kikkert de kantoormens op, om zodoende de laatste loodjes met brede glimlach te lijf te kunnen.
Het roept bij mij herinneringen op aan zwemfeestjes. Vroeger, als je met een kinderfeestje weer eens in het golfslagbad terecht kwam, was er één ding heel erg zeker: straks eten we frietjes! Met gerimpelde vingers van het lauwwarme chloorwater zat je in de kantine van het zwembad, tussen de plastic schildpadden en waterspuwende dolfijnen, en bakje veel te zoute patat leeg te schranzen. Tegen de tegelmuren echoënde kindergilletjes als achtergrondmuziek, en af en toe de lijzige mededeling: ‘Attentie. Over enkele minuten begint het water te golven.’ Mooie dagen. Fijne dagen. Als je in bed lag golfde de wereld na.
Zo zie ik de kantoorkantine op frietjesdag ook voor me. Grote borden kapotgezouten friet met kledders vergeelde mayonaise er overheen. Ernaast een mistroostige frikadel op een bedje van fleukjes ui en curry. Ondertussen lachen en schreeuwen de kantoormensen naar elkaar en gooien met propjes. Ze rennen en lachen. Af en toe valt er een. Dan is het huilen, maar na een kus en een beestenpleister van de kantinejuf zijn de tranen alweer droog.
Ach, het kantoor. De koffie mag er smerig zijn, de printers mogen er stikken in hun eigen memo’s, en de grapjes mogen er doodslaan als slecht getapt bier: op vrijdag is het er heerlijk. Vrijdag frietjesdag: een dag om van te houden.

Laatste reacties